Vernieuwende scholen, Deel 1: geweldloos communiceren

Er komen steeds meer nieuwe initiatieven van kleine schooltjes die de stoute schoenen aantrekken. Concent, sociocratisch, democratisch en geweldloze communicatie zijn dan termen die gebruikt worden. Fantastisch deze beweging in onderwijsland!

Als men eenmaal begonnen is en het vuur van het eerste gezamenlijke enthousiasme is gedoofd komen de verschillen in inzichten van de betrokkenen om de hoek kijken. Na zo’n 20jaar meedraaien in het vernieuwend onderwijs herken ik veel van de processen die ik anderen door zie maken. Helaas heb ik in die 20 jaar ook gezien en ervaren hoe bij veel initiatieven dit soort visie verschillen kunnen leiden tot onenigheid en/of het stoppen van een initiatief.

Ik realiseer mij dat het voor ieder belangrijk is om zelf door ervaringen, en de inzichten die daarbij komen kijken, te groeien. Juist die meningsverschillen kunnen je visie helderder maken. Van de andere kant kan het wellicht helpen om te horen hoe anderen ermee om gegaan zijn en waarom.

Vandaar dat ik de stoute schoenen aan heb getrokken en een aantal blogs zal schrijven over dit soort zaken en hoe ik, en daarmee Aventurijn, ermee omgegaan zijn. Wellicht heb je wat aan mijn ervaringen.

1.Geweldloze communicatie

Geweldloze communicatie ( NVC) is een geweldige manier van communiceren door Marshall Rosenberg in de wereld gezet. Het geeft een heel duidelijk proces aan volgens welke je mensen( kinderen) kunt horen, hun gevoelens kunt helpen uiten en op die wijze gerezen conflicten, samen met de betrokkenen, kunt oplossen.

Ik zie dat als je je als team je verdiept in deze theorie je enorm veel bewustwording ontwikkelt voor wat taal doet en hoe je taal kunt gebruiken om de communicatie “geweldloos”te laten verlopen. Hoe je kinderen zo zuiver mogelijk kunt horen. Het brengt een stuk verdieping en openheid.

Je begrijpt het al, er komt een “maar”…. Op het moment dat je NVC tot de ultieme methode uitroept is de kans groot dat je al geweldloos communicerend niet meer zo liefdevol bent. Dit omdat je andere belangrijke kennis en methodes die óók heel waardevol zijn laat liggen en daarmee het kind juist niet werkelijk hoort.

Neem bijvoorbeeld een kind van 5. Als je puur naar de ontwikkeling van een kind van deze leeftijd kijkt, kan het al heel goed praten. Toch is de taalontwikkeling nog niet zodanig dat het alles kan verwoorden wat het voelt. Veel gaat nog via de nonverbale communicatie. Sommige kinderen hebben behoefte aan rust, andere aan duidelijke grenzen en weer andere aan veiligheid. Deze nonverbale vraag kan verstopt zijn achter een concrete aktie. Bijvoorbeeld grensoverschrijdend gedrag. Wij volwassenen gaan daar dan eens lekker geweldloos over praten met dat kind. Het kind kan de achterliggende behoefte nog niet verwoorden, rent weg, wil niet praten etc. Misschien is het op sommige momenten wel handiger om even niet te praten; maar te handelen: een duidelijke grens aangeven, een dikke knuffel, een kind even in zijn/haar eentje uitlaten razen, een verhaal vertellen, of bij laten komen in een boom.

Daarnaast kan je je afvragen wanneer een kind, vanuit zijn/haar ontwikkeling, toe is aan het werkelijk ook inleven in een ander. Ik zie dat vaak pas gebeuren rond de 10 jaar. Ik vind de ontwikkelingsfasen zoals B. Lievegoed die verwoord hierin zeer herkenbaar. De vraag is dus of ALTIJD verwachten dat het geweldloos communiceert wel zo liefdevol is, of je daarmee oog hebt voor de ontwikkeling van de mens.

Soms denk ik dat al dat praten iets is van volwassenen waarvan wij willen dat kinderen dat ook doen. Hoort dat praten wel bij kinderen? Of leggen wij hen iets op waar ze nog niet aan toe zijn? Trekken wij hen daarmee teveel naar het hoofd, terwijl zij nog in een fase zijn waarbij het vooral gaat om doen en ervaren? Als je kijkt naar hoe snel kinderen na een conflict weer samen spelen is dat iets waar soms maar heel weinig woorden voor nodig zijn. Kinderen doen dat vaak anders dan wij, maar niet minder waardevol.

Hoe vaak zie ik kinderen niet heel diep zuchten als er na een gebeurtenis een “gesprek”moet komen, en hoe opgelucht zijn zij als blijkt dat dat gesprekje maar 2 zinnen was, of dat we hebben getekend ipv gepraat.

En tieners dan? Bij tieners zie je dat hun verbale vermogens een stuk gegeroeid zijn. Zij vinden het vaak fijn om te praten. Je ziet hen onderling soms ook enthousiast debateren of intieme gevoelens delen. Ook is het vormen van je eigen mening d.m.v gesprek iets dat zij vaak graag doen. Wat ik met geweldloze communicatie en tieners merk is dat zij er vaak meer begrip voor hebben, ook nieuwsgierig zijn naar de theorie erachter en we een hoop gein kunnen maken met de giraffe en jakhals poppen. Wat ik als aandachtspunt bij hen wel waarneem is dat begeleiders soms teveel stil staan bij de gevoelens van een kind/jong mens, zoals de NVC ook vraagt. Sommige tieners kunnen daarin gaan zwelgen en genieten van alle aandacht die zij krijgen daarmee en nog dieper wegzakken in hun eigen ellende.

Kortom; geweldloze communicatie is wat mij betreft een prachtige gereedschap dat vaak en veel kan worden ingezet om problemen op te lossen. Het is een methode die vooral ook de volwassenen bewust doet nadenken over hun taalgebruik en de achterliggende boodschap die je ermee uitzendt. Het blijft voor mij echter één van de gereedschappen, en niet het enige. Uiteindelijk is het aan de mensen in de praktijk om te kijken hoe een conflict het beste met compassie voor alle betrokkenen kan worden opgelost, volgens het boekje of op andere wijze.