Verhalend communiceren

Praten met kinderen…dat is niet altijd makkelijk. Zeker als wij onze volwassen taal gebruiken om hen te willen ondersteunen bij hun processen. Het lijkt of ze het nog niet altijd kunnen horen. Soms vergeten we dat er ook nog andere vormen van communincatie bestaan. Vormen van communicatie die op een andere manier binnen kunnen komen. Soms minder direct, soms beeldend of fantasierijk. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld tekenend communiceren, poppenspel of verhalen vertellen.

Dat laatste kan ook heel goed met jongeren, vaak als aanvulling of verduidelijking van een gesprek. Zo help ik regelmatig een tiener met het oefenen op zijn altviool. Vandaag hadden wij het erover dat hij het moeilijk vindt de discipline op te brengen om ook zelf te oefenen zonder hulp van mij. Het gaat dan dus niet meer over zijn instrument, maar over een algemene voorwaarde om iets te doen dat je wilt, maar waar je geen zin in hebt. Natuurlijk kan je daar met een knul van 14 gewoon over spreken, maar bijgaand verhaal kan het geheel goed ondersteunen:

Kleine stapjes

Op een dag kwam er een man naar de wijze meester en vroeg:

“Meester ik wil volgend jaar meedoen aan de marathon. Kunt u mij een tip geven hoe ik mij daarop het beste kan voorbereiden? Vorig jaar wilde ik dat namelijk ook. Toen heb ik een jaar van te voren een heel trainings-schema gemaakt: 3 maal in de week naar de sportschool, elke dag 2 uur joggen , een streng dieet van veel goede eiwitten en vitamines en vooral groente. Maar de eerste dag dat ik wilde gaan joggen regende het, toen dacht ik maar een dagje later te beginnen. De tweede dag had ik een verjaardag en heb ik genoten van het diner en de heerlijke taart. De derde dag wilde mijn auto niet starten toen ik naar de sportschool wilde gaan en de vierde dag was “the Voice” op TV en dat wilde ik natuurlijk niet missen…. Voor ik het wist was het jaar voorbij en naderde de de marathon. Dat ging dus helaas niet lukken. Deze keer ben ik echter écht van plan mee te doen. Ik heb al een heel goed trainings schema gemaakt. Kunt u mij nog goede tips geven zodat ik deze echt goed getraind bij de start kan staan?”

De meester bekeek het schema van de man eens goed en scheurde het vervolgens door. “Wat doet u nu! Hier heb ik uren aan gewerkt en onderzoek gedaan naar de beste trainingsmethodes!”

“Ik zal je trainen” zei de wijze. “Deze week trek je elke dag je sportschoenen aan, meer niet.”

“Maar dat is belachelijk!” riep de man, “dan haal ik die marathon nóóit!”. Mopperend ging hij naar huis en deed wat de meester had gezegd. Elke dag trok hij zijn sportschoenen aan. De derde dag dacht hij; “Ach, als ik die schoenen nou toch aan heb dan kan ik net zo goed even de trap aflopen.”

De vierde dag deed hij ook de deur naar buiten open, en de vijfde dag liep hij naar de hoek van de straat, de zesde dag rende hij naar de hoek van de straat én terug, en de zevende dag rende hij zelfs naar de wijze meester.

“Heb je keurig gedaan wat ik zei?” vroeg deze. “ Ach, “zei de man, “zo ongeveer”.

“Goed, dan ga je komende week ook nog elke dag één hapje komkommer nemen”

En zo gezegd zo gedaan. De wijze meester gaf de man steeds opdrachten die zó belachelijk klein, dat ze eenvoudig uit te voeren waren. Al die kleine stapjes leidden uiteindelijk naar de marathon. De man heeft, goed getraind, mee kunnen doen. Of hij ook gewonnen heeft dát vertelt dit verhaal je niet….

Hannah de Vos-Beckers geeft 22 April een lezing op Aventurijn. klik hier voor meer informatie