structuur werkt als het authentiek is

DSCF2856

Je kent ze wel; kinderen die niet stil kunnen zitten, rare geluiden maken als je net iets aan de groep wilt vertellen of steeds weer de aandacht opeisen, waardoor de rest van de groep of het gezin nauwelijks aan bod kan komen.

Wat doe je dan? In deze maatschappij is het heel normaal om deze kinderen een stempel te geven of een pilletje. Ook hoor ik mensen wel eens advies geven: “ze moeten gewoon structuur hebben”.

Tja, maar structuur geven hoe doe je dat als begeleider?

In mijn ogen is er in feite maar één manier om structuur te geven; Vanuit je eigen kracht een baken zijn die de grenzen bewaakt van jezelf en de kinderen in je groep. Het neerzetten van die grenzen doe je vanuit verbondenheid en contact met de ander. Deze grenzen zijn zo vanzelfsprekend voor je, dat de ander die wel moet respecteren. Daar zal iedere opvoeder zijn eigen manier voor moeten vinden. Want als jij met veel stampij de grens neerzet die je collega vindt dat je moet handhaven, is de kans reëel dat het kind deze niet accepteert. Een scène is het resultaat. Op het moment echter dat je de situatie meester bent omdat je werkt vanuit je eigen kracht en overtuiging, is soms een blik voldoende om het kind tot de orde te roepen. Het kind voelt aan alle kanten dat het niet over de aangegeven grens mag gaan.

Klinkt mooi hé? Ik denk echter dat dit de grootste opgave is waar we voor staan bij het begeleiden van dit soort kinderen. Kinderen die zó gevoelig zijn dat ze precies weten waar jouw grens zwakke plekken heeft; waar je twijfel zit. Kinderen die perfect in staat zijn bij jou de knoppen in te drukken waar je emoties zitten, kinderen die je tot het uiterste drijven.

Dit vraagt van de begeleiders niet alleen een kindbespreking om met elkaar te ontdekken wat de onderliggende vragen van het kind zijn, maar ook een innerlijke ontdekkingstocht van de begeleider als mens: Wanneer ben ik authentiek, waarom laat ik steeds over mijn grenzen lopen, wat is mijn werkelijke grens, geef ik die helder aan, hoe komt het dat ik moeite heb met dit kind…

In feite zijn er vaak terugkerende vragen die je jezelf kunt stellen om een situatie die vastgelopen is weer vlot te trekken. Ik noem er hier een paar:

* Kan je een positieve band opbouwen met dit kind, zodat je ook op moeilijke momenten vanuit die relatie kunt reageren? Soms is het nodig om daar echt extra tijd in te investeren; een goede relatie is dè basis voor een goed contact ook als het moeilijk wordt.

* Stel dat je voor dit kind een speciale school mag oprichten; hoe zou die eruit zien? En als je dat weet, welke elementen daarvan kan je op je huidige school vormgeven? En als dat echt niet kan, welke plek komt  dan wel het dichtste in de buurt van de ideale omgeving voor dit specifieke kind?

* Waar komen de regels die je stelt uit voort? Zijn ze relevant voor het kind, dienen ze een ander belangrijk doel? Of zijn ze er omdat er nu eenmaal structuur nodig is, de overheid ze heeft bepaald, of jij meent te weten wat belangrijk is voor de ander?

* Is dat wat je vraagt aan het kind reëel? Van een kind dat heel veel energie heeft bijvoorbeeld verwachten dat het de hele dag in een bankje zit lijkt mij niet reëel. Dat is vragen om een onhoudbare situatie. Soms is het loslaten van de vaste structuur en meer ruimte bieden aan eigen initiatief en vrije activiteiten voor dit soort kinderen een verademing. De grenzen aan de ruimte die ze daarin krijgen dienen uiteraard wel helder te zijn.

* Ik zie dat het deze kinderen vaak erg goed doet dat er wel een bepaald ritme is in de dag. Op deze manier weten zij wat er wanneer te verwachten valt.

Ten slotte blijft altijd nog de kernvraag over: Als jij wilt dat het kind naar jou luistert, vraag je dan ook eens af hoe goed jij naar het kind luistert….Sámen groeien, dat maakt ons vak zo boeiend!

Meer weten over verrijkend onderwijs: kom dan naar de opendag op 22 April 2017 op Aventurijn; interessante lezingen georganiseerd door het Kenniscentrum Verrijkend onderwijs en natuurlijk veel kinderactiviteiten en een gezellig terras.