Orde in de groep

orde

Ik sprak laatst een student Docent Muziek die vertelde dat hij behoefte had aan instructie over hoe hij de orde in de klas kan bewaren. Dat zette mij natuurlijk aan het denken. Wat is orde, en waarom moet er orde zijn…..? En hoe verhoudt orde zich tot vrijheid?

Een zekere mate van orde in de groep maakt dat kinderen zich veilig kunnen voelen en kunnen deelnemen aan een activiteit. Orde hoeft geen absolute stilte te zijn: orde is meer een betrokkenheid bij- en aandacht voor de activiteit die er gedaan wordt. Bekend is natuurlijk het verhaal van kinderen die de strenge meester liever hebben dan de chaotische collega. Als er enige mate van orde is in de groep kan de activiteit beter gevolgd en beleefd worden. Ook als kinderen vanuit vrijheid voor een activiteit kiezen is het dus van belang de orde te handhaven.

Toch roept het bij mij de vraag op hoe je, zonder te vervallen in strafmaatregelen, en gemopper kan zorgen dat je de aandacht van de groep vangt. Hierover mijmerend kwam ik tot een paar tips voor (aankomend)leerkrachten en groepsbegeleiders:

  1. Onderzoek of je je autoriteit ontleent aan je functie. “Ik ben de leerkracht dus jullie luisteren naar mij” Met deze opvatting zal je al snel vervallen in uitingen van macht: een straf, een onvoldoende, een boze opmerking en ergernis bij jezelf en de kinderen. Als je op deze manier reageert dan zal dat altijd tegenkrachten oproepen, met name bij de hogere klassen. Macht neigt naar onderdrukking en onderdrukten zullen eerder in opstand komen. Er zal strijd ontstaan. Als jij sterker bent dan de kinderen dan zal er orde zijn, maar een orde die gebaseerd is op angst. Handiger is te zorgen dat er aan jou autoriteit verleend wordt, uit respect voor wie jij bent.
  2. Autoriteit verleent aan jou als persoon. Dit gaat over wie jij als mens bent. Of je respectvol bent naar de ander. Of je vanuit gelijkwaardigheid naar het kind kan reageren. Of je een werkelijke relatie aan kan gaan met het kind. Vanuit gelijkwaardigheid kan je in je rol als docent orde vragen. Dat is immers wat vanuit jouw taak van je verwacht wordt. De kinderen zullen vertrouwen dat je dit doet voor het welzijn van iedereen. Mensen die dit in de vingers hebben zijn de leerkrachten die met een knipoog een kind tot de orde roepen, of bij wie de kinderen als vanzelf stil zijn. Meestal is dit iets dat tijd nodig heeft om te groeien. Als je merkt dat er een kind is in de groep waar je vaak problemen mee ervaart, is het vaak zaak allereerst zonder druk een band op te bouwen; Een kletspraatje, een spelletje of een ander één op één moment.
  3. Natuurlijk zijn er ook “trucjes”waardoor je meer orde kunt houden. Eén ervan is dat het van belang is vaart te houden in je lessen: kinderen die moeten wachten hebben gelegenheid dingen te gaan doen die minder handig zijn. Zorg er dus voor dat er tempo zit in je lessen en afwisseling. Een goede voorbereiding scheelt veel onrust. Er is een lesmethode (suggestopedie) die iedere 10 minuten, direct achter elkaar steeds andere onderwerpen behandelt op verschillende manieren: zingen afgewisseld met schrijven, luisteren, bewegen et cetera. Op deze manier kan het brein het niet over gaan nemen door te denken: “ik snap het niet”of “ik vind dit stom”. Op deze manier is het makkelijker de aandacht vast te houden.
  4. In elke groep zijn vaak wel een paar raddraaiers; kinderen die graag de boel op stelten zetten, hun impulsen en ideeën moeilijk onder controle kunnen houden of gewoon niet stil kunnen zitten. Mijn ervaring is dat het enorm positief uitwerkt als je die kinderen een specifieke taak /verantwoording geeft. Staan ze te vervelen bij het zingen; geef ze de grote trom. Kunnen ze niet stil zitten en zorgt dat voor onrust? Geef hen een rol/taak waarbij ze kunnen bewegen.
  5. Geef de kinderen zelf medezeggenschap in de les. Een kind dat zelf mee heeft kunnen bepalen/kiezen wat er gebeurt is meer betrokken. Zo hadden wij vaak veel gemopper en onrust bij de gymles: “stom, saai etc” De begeleider bedacht dat kinderen zelf een gymles konden helpen voorbereiden. In feite waren de activiteiten niet veel anders maar de motivatie en betrokkenheid was vele malen groter.
  6. Tja, en moet je een keer iemand aanspreken op negatief gedrag; zorg dan dat er geen tijd is voor discussie: Noem even terloops de naam van een onruststoker met eventueel een korte boodschap/uitleg en negeer hem/haar daarna direct weer door verder te gaan. Er mag in jezelf geen moment twijfel bestaan of je opmerking wel begrepen is. Als vanzelfsprekend ga je ervan uit dat de leerling luistert. Onbewuste boodschappen pikken leerlingen feilloos op. Dit moet je soms een paar maal herhalen. Meestal is het dan wel genoeg.

Ik zou nog veel meer kunnen bedenken over hoe orde te houden in een groep, maar dat bewaar ik voor een lezing, workshop of individuele begeleiding over dit thema. Tot dan!