Belonen en straffen deel 1

DSCF1509

Ooit begeleide ik een gezin waar één van de kinderen nogal faalangstig was. De ouders waren echter zeer positief en ik zag in eerste instantie geen reden in de gezinssituatie waarom dit kind een faalangst had ontwikkeld. Totdat ik mij realiseerde dat de moeder continue haar kinderen aan het prijzen was; het minste of geringste was aanleiding voor een compliment. Toen ik goed oplette zag ik dat deze knul, op het moment dat hij géén complimentje kreeg, het idee had dat hij dus niet voldeed aan de verwachtingen van moeder… Géén compliment betekende dus in feite een afwijzing. Deze jongen was als het ware afhankelijk geworden van het oordeel van moeder, hij had geen stevig zelfbeeld kunnen ontwikkelen.

Dit voorval deed mij beseffen dat belonen in feite hetzelfde is als straffen, alleen zit het aan de andere kant van het spectrum. Bij beiden gaat het over het conditioneren naar een norm die buiten het kind ligt. Je bevestigt gedrag dat je wilt zien, of je ontkracht ongewenst gedrag.

In feite belonen en straffen we kinderen in onze samenleving continue; of het nu via de testen en toetsen is, het winnen en verliezen in games, of gewoon de trotse ouders die willen dat dochterlief aan oma laat horen hoe goed ze al kan pianospelen….

Alle kinderen moeten voldoen aan torenhoge verwachingen die we hen bij proberen te brengen door hoge cijfers, het winnen van een talentenjacht of een rapport aan het eind van het schooljaar. Je zal toch maar steeds lage cijfers krijgen, nooit een talentenjacht winnen, en ook geen krul bij de sommetjes in je schrift krijgen… Een kind creëert op deze manier een zelfbeeld dat gebaseerd is op het oordeel van anderen in plaats van op dat van zichzelf.

Wat ik zou willen is dat alle kinderen er mogen zijn ongeacht of wij hun prestaties waarderen. Dat ieder mens een zelfbeeld heeft dat gebaseerd is op innerlijk weten in plaats van op uiterlijke oordelen. Geen opgeklopt zelfbeeld, maar ook geen laag zelfbeeld.

Maar hoe doe je dat dan? Mag je nooit meer complimentjes geven? Dat lijkt best lastig. Er zijn echter nog genoeg andere manieren om te reageren:

Stel je kind komt met een tekening naar je toe: Veel mensen zullen zeggen dat ze die mooi vinden… Behalve dat dit een oordeel is, is het ook een afgeronde opmerking, er valt niets aan toe te voegen. Er ontstaat geen gesprek, het kind wordt niet uitgenodigd verder te gaan of te denken. “Mooi is mooi “en daarmee lijkt alles gezegd.

Je zou bijvoorbeeld ook de tekening kunnen beschrijven: “Ik zie een huis met twee ramen en een groene poes…” Vaak zal het kind dan verder gaan vertellen over de tekening of ontdekken dat het nog iets wil toevoegen.

Je kunt ook vragen stellen aan het kind: “ Woont de poes in het huis?”

Een andere manier van reageren is dat je op het proces ingaat: “Vond je het fijn om te tekenen?”

Of je beschrijft je eigen ervaringen en gevoelens: “Ik word vrolijk als ik naar de groene poes kijk.” Of “Ik vind het fijn om te zien dat je plezier hebt in wat je doet.”

Als je op deze manieren reageert toon je werkelijke belangstelling voor de tekening van het kind en het kind zelf. Daar kan geen compliment of waarde oordeel tegenop. Er ontstaat namelijk een moment van werkelijk contact; de relatie wordt verdiept vanuit gelijkwaardigheid. Bij een “top down “ oordeel (een straf of beloning) plaats je jezelf boven het kind. Wie ben jij, dat je een oordeel mag vellen over een ander?

Hoe doe je dat dan op school? Dat is best lastig. Wij proberen in onze communicatie zoveel mogelijk van deze principes uit te gaan. Daarnaast kiezen wij er bewust voor om geen testen en toetsen af te nemen bij de leerlingen.( zie blog over testen en toetsen) Ook doen wij zoveel mogelijk coöperatieve spellen waarbij het samenwerken en spelplezier centraal staat. Kinderen kiezen hun eigen bezigheden en elke bezigheid heeft zijn eigen waarde; geen enkel vak is belangrijker dan het ander: zingen, lezen, rekenen of fietsen. Daar hoeft geen oordeel van ons over uitgesproken te worden.

Toch ontkomen ook wij niet altijd aan de competitie. Zeker vanaf een jaar of 9 beginnen kinderen te vragen om spellen met een behoorlijk competitie element. Ook dit competitiestuk is iets dat zij in deze wereld tegen zulllen komen en mee om moeten leren gaan. Echter als een kind gewonnen heeft doen we daar heel lakoniek over of vragen naar de belevingen tijdens het spel. Mijn ervaring is wel dat kinderen die hebben mogen opgroeien met een stevig zelfbeeld ook minder snel moeite hebben als er wél een oordeel geveld wordt van buitenaf. Ieder heeft zo zijn mening…toch?

In een volgende blog zal ik beschrijven hoe je anders dan door te straffen, om kunt gaan met grensoverschrijdend gedrag.